Standpunt NL dinsdag, Mrt 29 2011 

Volgens een radio spotje is Mark Rutte fan van dit radioprogramma, Standpunt NL. Nou ja, het is wel vermakelijk soms en het geeft inzicht in hoe Nederlanders (die bellen naar het programma) denken. Vandaag 29 maart 2011 leverde weer een mooi inkijkje op in hoe sommige mensen denken. De stelling waarop men kon reageren luidde: “De negativiteit rond hoofddoekjes moet afgelopen zijn”.

Er was een moslima in de studio (een van de drie Meiden van Halal, Esmaa Alariachi) die een aardige verklaring had voor waarom sommige (autochtone) Nederlanders zich zo boos maken om die hoofddoekjes. Nederland heeft een recente geschiedenis van bevrijding van de druk van religie. Bevrijding van onze eigen christelijke religie dus. Onder andere de emancipatie van vrouwen is daar een verschijnsel van. Als diezelfde Nederlanders dan nu vrouwen met een hoofddoekje zien, zien ze dat als een symbool van religieuze onderdrukking.

Daar zou Esmaa best eens gelijk in kunnen hebben en het is een verklaring waarin die Nederlanders er nog heel gunstig vanaf komen. Want een strijd voor meer vrijheid, wie kan daar nou tegen zijn? Maar vervolgens slaan die Nederlanders door en willen ze gelovigen (eigenlijk alleen moslima’s) verbieden religieuze symbolen te dragen, aangemoedigd door Wilders en de zijnen.

Esmaa zegt nog een aantal verstandige dingen en laat zien wel te begrijpen waarom sommige Nederlanders zo op hoofddoekjes reageren als ze reageren. Maar, zo vindt ze, als zij een hoofddoekje wil dragen om zich meer verbonden te voelen met haar god en haar geloof, dan wil ze hier wel graag de ruimte voor krijgen.

En dan komt het vermakelijke en inzichtelijk gedeelte van Standpunt NL, de bellers melden zich. Die lijken niet bereid te zijn om Esmaa die ruimte te geven. Van twee van hen mag het wel thuis of op straat, maar niet op het gemeentehuis of op school. En  twee van hen hebben het eigenlijk liever helemaal niet.

De eerste vindt dat we het verhaal wat we zojuist van Esmaa gehoord hebben “in de prullenbak kunnen gooien” alleen al om een simpele reden: hij is op vakantie geweest naar Bhali en wilde een Buddha tempel bezoeken, en toen werd hem verzocht om een sarong aan te doen. De presentator vraagt welke link hij hiermee wil leggen met het gesprek in de studio met de moslima. De man zegt dat hij als hij op een school komt of gemeentehuis en dergelijke, niet met dergelijke uitingen als hoofddoekjes geconfronteerd wil worden en dat de moslima dat maar moet eerbiedigen.

Dan de tweede beller, een mevrouw die het “volkomen oneens” is met de stelling. “Die mensen komen hier, worden opgevangen, krijgen een huis en een uitkering en alles wat nodig is. Dan moeten ze zich aanpassen aan Nederland. Als wij naar een van die landen op vakantie gaan moeten we nota bene nog die doeken omdoen. En hier in Nederland mogen die moslima’s wel alles.”  Nou, daar heeft ze schoon genoeg van. Maar, zegt de presentator, een heleboel van die meisjes zijn gewoon in Nederland geboren en die kiezen ervoor een hoofddoek te dragen. “Ja,” zegt de vrouw, “dan moeten ze maar in hun eigen land blijven.” “Maar hun eigen land is Nederland,” zegt de presentator. “Ja meneer, dat is maar betrekkelijk. Hun wortels liggen daar.”

Dan nog een volgende beller. Hij “kotst op de kruiperige houding die vele Nederlanders aannemen” (Nederlanders zoals ik, vermoed ik dat hij bedoelt) die vinden dat hoofddoekjes getolereerd moeten worden. “Die fundamentalistische moslims lachen namelijk om ons.” Van de dame in de studio die zegt dat ze ervoor kiest om een hoofddoek om te doen zegt hij: “Die kletst.” Dat is namelijk allemaal zand in de ogen strooien en hij wordt kotsmisselijk van de houding van Nederlanders die zich niet zo druk maken om die hoofddoekjes. Die moslims namelijk die zijn volgens de meneer bezig hier hun zin door te drijven.

Dan is er nog een laatste beller die vindt dat hoofddoekjes in overheidsfuncties verboden moeten worden want “er zit ook niet iemand als een sm’er achter het loket, vol met piercings en zo”. Hij wil alleen maar zeggen, “die vrouw die daar zit bij u, die heeft geen respect voor mij, want ze doet haar doekje niet af als ze achter het loket zit. Dus zij is respectloos, wij niet.”

We zijn ver afgedwaald van het vrije Nederland dat we een tijd lang waren als we een bepaalde groep in onze samenleving allerlei beperkingen willen opleggen vanwege hun religie. Als ik de redenering van Esmaa Alariachi volg dat dit komt doordat Nederland een recente geschiedenis van bevrijding van de druk van religie heeft, dan lijkt het wel een wraak oefening die we tegenwoordig aan het uitvoeren zijn. Waar voorheen de Westerse christelijke religie teveel beperkingen oplegde aan het individu, lijkt het wel of men nu beperkingen willen opleggen aan religie om zich überhaupt te uiten. Alleen richt die wraakoefening zich wel uitsluitend op buitenlanders. Deze Nederlanders zijn namelijk nog nooit zo boos geweest over een kruis kettinkje dat iemand draagt, of een keppeltje of zwarte kousen als dat ze nu zijn over een hoofddoekje.

Hello world! donderdag, Mrt 24 2011 

Een ideaal beeld, lekker in je stoel de krant lezen. Alhoewel de man op het plaatje met een wazige blik precies over de krant heen kijkt. Misschien ziet hij zijn echtgenote wel met de stofzuiger de woonkamer in komen lopen en zegt hij: “Wat ik hier toch allemaal lees, Kaatje. Wat leven we toch in een gekke wereld!”

Het is een beetje een ouderwets mannetje, dus daarom praat hij ook ouderwets en heeft zijn vrouw een ouderwetse naam.

Dit is mijn eerste blog item. Ik wil op dit blog reageren op het nieuws. Ook wil ik commentaar geven op wat ik op andere blogs op het internet lees. Zie ook “Over dit blog”.

De naam van mijn blog… tsja. Ik brak mijn hersens al een tijdje over een goede naam. Ik wilde het liefst een naam die niet heel concreet is. Een naam die een beeld oproept misschien, die iets te raden over laat en die niet per se zegt waar het blog over gaat. Veel is natuurlijk al in gebruik. Al peinzend vielen mijn ogen op mijn boekenkast en het eerste boek dat in mijn blikveld kwam was Willem Frederik Hermans’ De Tranen der Acacia’s. Vandaar dus. Sowieso mijn favoriete schrijver, met onsterfelijke eerste en laatste zinnen in zijn romans. “Als Clemens bij uitzondering eerder uit zijn bed kwam dan Sita, ging hij naar de keuken om thee te zetten en terwijl hij wachtte tot het water kookte, dacht hij: Ik ben toch eigenlijk een goed mens, dat ik haar niet vergiftig.” (Uit talloos veel miljoenen, 1981).