De afgelopen week hield CDA leider Maxime Verhagen een toespraak op een CDA bijeenkomst die bedoeld was als het CDA antwoord op het populisme van Geert Wilders en de PVV. Vandaag verscheen er een artikel in de Volkskrant van PvdA wethouder in Amsterdam Lodewijk Asscher dat niet expliciet als antwoord op het populisme wordt gepresenteerd, maar daar waarschijnlijk wel eens veel dichter bij in de buurt zou kunnen komen dan het verhaal van Verhagen.

Verhagen

Eerst Maxime Verhagen. Het begin van zijn redevoering was blijkbaar vooral bedoeld om te laten zien dat hij ook best wel het onbehagen van de mensen ziet en durft te benoemen. De rode draad van het onbehagen volgens Verhagen is blijkbaar vooral de angst voor immigranten en alles wat uit het buitenland komt, tot aan ons eten toe:

“Blijft Nederland nog wel Nederland als er zoveel buitenlanders bij komen? Blijft mijn buurt wel mijn buurt als er weer een kerk gesloten wordt en er een moskee wordt gebouwd? Waarom passen de nieuwkomers zich niet aan ons aan? Zij hebben geen last van mij ik wil ook geen last van hen hebben. Ze pikken toch niet de baan van mijn zoon in? Alles is zo duur geworden in Nederland; wordt mijn pensioen straks ook nog gekort? Hoe zit het eigenlijk met de boodschappen die ik doe: wat kan ik nu wel en wat kan ik nu beter niet eten van die producten uit het buitenland en zit die buitenlandse ziekte nu ook in onze groente of in ons vlees? Moeten we ook niet gewoon helemaal af van al dat buitenlandse gedoe en kunnen we niet – letterlijk – beter onze eigen boontjes doppen? Het buitenland kost toch alleen maar geld en levert weinig op behalve problemen. Europa: ik weet dat er veel geld naar toe gaat maar ik zie er niets van terug. Waarom bemoeit Brussel zich überhaupt met ons? Ja, ik zie dat als er een ander land failliet gaat dat we dan nóg meer geld geven. Sinds wanneer zijn wij een liefdadigheidsinstelling..?”

Verhagen wil dat het CDA het onbehagen dat hieruit spreekt, tot haar onbehagen maakt. “Anders laten we de mensen over aan populistische partijen die dit onbehagen wel benoemen, en daarvoor worden beloond met de ene verkiezingsoverwinning na de andere,” zo schrijft Verhagen.

Wat is het antwoord van Verhagen? “We moeten om te beginnen de joods-christelijke wortels van ons land en ons werelddeel erkennen. Het CDA moet dit durven uitdragen.” “Daarbij hoort overigens ook nieuwsgierigheid naar andere culturen en tradities,” haast hij zich eraan toe te voegen. “Poets het idee van leitkultur weer op, benadruk dat het primaat ligt bij westerse waarden, maar laten we niet naar binnen gekeerd raken.” Verhagen zoekt zijn antwoord in “de katholiek sociale leer”. Mensen moeten hun onvrede niet uiten door te wijzen naar anderen, maar de samenleving zelf helpen inrichten. De overheid faciliteert daarbij. Hij benadrukt het belang van maatschappelijke verbanden tussen mensen. “Het CDA zou een maatschappelijke beweging moeten zijn, geworteld in vele duizenden verenigingen in sport, cultuur, religie en maatschappij. Met een eigen denktank met een voortdurende stroom van ideeën en oplossingen. Met kennis van de maatschappij. Meer een coöperatieve vereniging dan een BV. Meer samenleving dan Den Haag. We willen geen politiek bedrijven vanuit de waan van de dag, maar vanuit onze beginselen en onze betrokkenheid met de mensen.”

Dat meer verband en gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel wenselijk zou zijn, daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Maar het blijft een beetje ongrijpbaar, in ieder geval als antwoord op die gevoelens van angst die Verhagen in de inleiding van zijn verhaal opsomt. Daarom lijkt zijn betoog eigenlijk vooral een combinatie van: kijk mij eens, ik durf ook best te zeggen dat buitenlanders voor problemen zorgen en: herstel van de oude confessionele invloed op maatschappelijke instituties. Daar hangt dan het uitdragen van de Leitkultur een beetje los tussen, naar mijn gevoel, vooral wanneer dat wordt samengevat in de van Wilders geleende “joods-christelijke wortels”. Hoe joods de Nederlandse wortels zijn is overigens de vraag. En Wilders sprak, in ieder geval een paar jaar geleden, ook nog van “humanistische” opvattingen die samen met de “joods-christelijke” de basis zouden zijn voor de Nederlandse cultuur. Het lijkt wel of Verhagen er ook niet echt in slaagt te definiëren wat de wortels zijn van de Nederlandse cultuur.

Kortom, een niet erg goed geslaagde poging van Verhagen om een antwoord te geven op Wilders.

Asscher

Dan doet Lodewijk Asscher dat een stuk beter, hoewel hij zijn lezing helemaal niet als een antwoord op het populisme presenteert. Asscher begint zijn betoog met de metafoor van de Hollywoodfilm: “Laat zien dat de hoofdpersoon verliefd is, laat het hem niet zeggen. Als je een personage wel hoort zeggen ‘ik hou van jou’ maar je het niet ziet, ga je hem wantrouwen. Show, don’t tell.” Hij betrekt dit op sociaal-democratische politici, maar grappig genoeg lijkt het ook het verschil te illustreren tussen zijn verhaal en het verhaal van Verhagen. Verhagen zegt: dit is mijn antwoord op het populisme. Asscher zegt dat niet, en beschrijft vervolgens hoe sociaal-democratische politici de vraagstukken van deze tijd zouden moeten benaderen – en zijn verhaal zou wel eens een veel beter antwoord op het populisme kunnen zijn.

Wat me erg bevalt in de lezing van Asscher is zijn beschrijving van hoe links soms in de verdedigende houding schiet. Hij geeft een paar voorbeelden. “De bezuinigingswoede van Rutte roept bij links een pavlovreactie op. De bezuinigingen zijn asociaal. Mars der beschaving. Voor je het weet, ga je bestaande praktijken verdedigen. Kritiek leveren op instellingen die onder vuur liggen is not done.” Maar, zo stelt hij, er is genoeg bij die instellingen dat niet deugt. “De bezuinigingen op het passend onderwijs zijn slecht, maar de manier waarop het passend onderwijs is georganiseerd, deugt ook niet.” “De bezuinigingen op de re-integratie ontneemt mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt kansen. Maar laten we niet doen alsof al die re-integratietrajecten zo goed werken.”

“Op het gebied van integratie regeert bij links een vergelijkbare pavlovreactie,” zo gaat Asscher verder. “Veel linkse mensen lopen nog steeds het liefst te hoop tegen politici die iets verkeerds zeggen. Met grote gretigheid wordt schande geroepen dat Verhagen het onbehagen van de burgers over nieuwkomers begrijpelijk noemt. Voor je het weet, wordt links in de positie gedrongen dat ze problemen met de integratie gaan inslikken of ontkennen. Voor je het weet, ga je praktijken verdedigen die onverdedigbaar zijn. Minister van Bijsterveldt kreeg terecht kritiek dat ze niet langer streeft naar gemengde scholen. Maar laten we niet doen alsof ze iets afschafte dat zo succesvol was. We zijn er de afgelopen jaren niet in geslaagd de segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Het is terecht dat het kabinet kritiek krijgt op de plannen met de inburgering. Onder het mom van eigen verantwoordelijkheid krijgen duizenden burgers te horen zoek het zelf maar uit. Maar we moeten niet doen alsof de inburgering de afgelopen jaren op rolletjes liep.”

Kijk, dat is een zelfkritiek die me erg bevalt en die zelfs illustreert hoe een seculiere partij als de PvdA er vaak niet in slaagt de juiste afstand te bewaren tot een religie, de religie van grote groepen immigranten, de islam. Men heeft zich terecht opgesteld als partij die opkomt voor de positie van immigranten, en heeft intussen soms de indruk gewekt dat men niet genoeg afstand bewaart van de godsdienst van die immigranten.

Waar Asscher ook goed in slaagt is duidelijk te maken dat hoewel inburgering niet op rolletjes loopt en re-integratietrajecten niet allemaal goed functioneren (twee voorbeelden uit zijn betoog) de oplossingen van Rutte niet de oplossingen zijn die sociaal-democraten zouden moeten willen. “Het privatiseren van pech” noemt Asscher dat wat Rutte doet.

En zo laat Asscher zien dat er voldoende is voor sociaal-democraten om voor te vechten. De instellingen of instituties via welke sociaal-democraten hun verhaal willen laten zien, moeten vooral goed functioneren. “Juist sociaal-democraten moeten de bestaande orde niet verdedigen maar kritisch volgen. Misbruik snoeihard aanpakken, bij de bankiers, bij uitkeringstrekkers, bij bestuurders,” zo zegt hij.

Lodewijk Asscher for president.

Waarom is het verhaal van Asscher een beter antwoord op het populisme dan dat van Verhagen? Beide partijen, zowel CDA als PvdA, waren tot niet zo lang geleden grote volkspartijen. Beide partijen worstelen met de vraag hoe zich een weg terug te vechten naar hun kiezers. Verhagen is zoekende en gaat dicht tegen de analyse van de PVV aan zitten – met het nodige onderscheid uiteraard, het CDA is geen PVV. Asscher houdt vast aan het eigen verhaal. Hij stipt grotendeels dezelfde problemen aan als Verhagen doet, maar hij verbindt dat niet expliciet aan een gevoel van angst voor immigranten of voor globalisering of voor verlies van identiteit. Hij benoemt precies de oorzaken van die angst en legt de verantwoordelijkheid voor de oplossingen bij de politieke partijen.

Advertenties