Liliane Ploumen heeft afgelopen week aangekondigd januari haar functie als voorzitter van de PvdA neer te leggen. Ze greep de gelegenheid aan om nog eventjes in een interview in de Volkskrant haar mening te geven over hoe Job Cohen het doet als partijleider. Ze vindt hem te weinig zichtbaar, hij moet zich meer manifesteren ook binnen de PvdA. Ze vindt ook dat er concurrenten moeten komen bij volgende verkiezingen van de partijleider. Enfin, zo’n interview wordt vervolgens in de media natuurlijk meteen vertaald in termen als: “Ploumen steekt Cohen een dolk in de rug.”

Ik ben Liliane Ploumen twee keer tegengekomen, de tweede keer dacht ik: “Zal ik haar eens aanspreken?” Ik heb dat niet gedaan. Maar waar ik over begonnen zou zijn als ik dat wel had gedaan, ik zou haar gezegd hebben dat ze de boel binnen de PvdA eens flink moet opschudden en dat ze Cohen eens een beetje moet op porren. Nou, dat heeft ze de afgelopen week wel gedaan dus. Op een beetje hypocriete manier, want het ligt natuurlijk ook aan haarzelf dat de PvdA niet duidelijk zichtbaar vernieuwt. Ze had zich als partijvoorzitter ook meer kunnen manifesteren.

Er zal ongetwijfeld van alles gebeuren binnen die partij en als ik de website van het wetenschappelijk bureau van de PvdA bekijk, dan wordt er ook flink nagedacht. Maar als buitenstaander merk je daar niet meteen wat van.

In ieder geval heeft de actie van Ploumen de hoogstnoodzakelijke reuring opgeleverd binnen de PvdA. Vandaag gaf Cohen een redelijk goed interview in Buitenhof, al was de interviewer daar niet op voorbereid, hij bleef lange tijd maar aan zijn frames vasthouden. En de afgelopen dagen is een aantal interessante columns verschenen over de PvdA. De eerste verscheen al vóór de actie van Ploumen van de hand van PvdA’er René Cuperus in de Volkskrant van maandag 3 oktober 2011 (hier overgenomen voor het geval de Volkskrant de link verbreekt, zoals wel vaker gebeurt: René Cuperus, Volkskrant 3 oktober 2011). Het leek wel de inleiding voor een roerige week.

De eerste terechte opmerking van Cuperus betreft het feit dat de PvdA er niet in slaagt “een geloofwaardig dubbelprofiel te ontwikkelen: betrouwbaar links op sociaal-economisch terrein met een open, vrijzinnige houding op cultureel en internationaal vlak”. Het is hetzelfde als wat ik bedoel met dat de PvdA delen van de SP-koers en de D’66-koers zou moeten verenigen. SP en D’66 zijn ook precies de partijen waar tegenwoordig de PvdA haar kiezers aan verliest.

Verder stelt Cuperus terecht dat er een PvdA-bestuurderskaste is “die de ongeschreven codes van een sociaal-democratische lifestyle aan zijn laars lapt” en dat er sprake is van “moslim-migranten die de PvdA denken te kunnen misbruiken als een uitgewoonde moskeevereniging”. Over dat eerste heb ik ook al eens iets geschreven, het voorbeeld van Wim Kok die als lid van Raden van Commissarissen een bonusbeleid zit te verdedigen dat hij eerder als partijleider bestreed. Met de opmerking over moslim-migranten zet Cuperus natuurlijk weer kwaad bloed hier en daar, maar verderop in de column geeft hij duidelijk aan wat precies zijn punt is over de PvdA’er die zich uitdost in een boerka en zo interviews geeft: “Hoe komt een lid van het landelijk bestuur (van de PvdA) erbij om, tegen de sociaal-democratische traditie in, de PvdA te misbruiken als voertuig voor een godsdienstdebat? Wie haalt het in zijn hoofd om in de principieel anti-confessionele PvdA – de partij bovendien van feministe Joke Smit – een begripvol boerkadebat te willen voeren?” Samengevat: “Teveel PvdA’ers bevestigen het beeld van een partij als baantjesmachine; te veel PvdA’ers houden volstrekt onvoldoende afstand van godsdienst.”

Cuperus heeft hier gewoon een punt en over dat afstand houden van religie heb ik ook al eens iets geschreven. Het gaat niet zo zeer om die boerka, het gaat erom of het de PvdA moet zijn die het recht op het dragen van een boerka als speerpunt van beleid moet gaan uitdragen. Niet dus, dat is niet het eerste waar je aan zou moeten denken als je aan een sociaal-democratische partij denkt. Het is een gevoelig punt, omdat het raakt aan de vraag in hoeverre je je met de inhoud van een godsdienst moet gaan bemoeien (ik bedoel, afstand houden betekent ook dat je je niet met allerlei onderdelen van een geloof moet gaan bemoeien, tenzij ze een maatschappelijk probleem zouden vormen). Ik zou zelf waarschijnlijk tegen een boerka verbod stemmen omdat ik vrijheid van godsdienst in hoge mate wil verdedigen. Maar om als feministische, sociaal-democratische partij actie te gaan voeren voor de boerka, nee, dat moet de PvdA niet doen.

Er zijn twee lezenswaardige columns in reactie op de reuring in de PvdA die ik hier nog wil noemen: Nausicaa Marbe in de Volkskrant van 7 oktober 2011: “De PvdA moet van god los komen” en Max Pam in dezelfde krant van dezelfde dag (titel in de papieren editie): “Jaren in Kremlin aan Amstel eisen hun tol“.

Advertenties