Willem Vermeend zegt in De Volkskrant van zaterdag 24 maart 2012 wel een paar aardige dingen over de bonussen die worden toegekend in het bedrijfsleven en goedgekeurd door raden van commissarissen waar soms PvdA’ers in zitten. Het meest prominente voorbeeld daarvan is Wim Kok uiteraard, de man die ooit dé voorman was van de PvdA en later de bonussen bij ING zonder meer goedkeurde en verdedigde, maar er zijn meer voorbeelden, zoals nu Wallage en wederom Kok bij PostNL.

Het lijkt wel dat dit soort voorbeelden juist de PvdA treffen. Wat begrijpelijk is wanneer het dezelfde personen zijn die tijdens hun politieke carrière hun verontwaardiging lieten blijken over de exorbitante bonussen. Het heeft alles met geloofwaardigheid te  maken. Maar Vermeend stelt terecht: “Ik maak me boos over dit land. We moeten de broekriem aanhalen en dat doet pijn. Het is ongehoord dat er nu bonussen worden uitgekeerd, ongehoord dat bij splitsing van bedrijven salarissen worden verhoogd. Daar maak ik me boos over en wie dat doet vind ik volstrekt irrelevant. Liberalen of PvdA’ers.” Zo is dat natuurlijk ook. Maar over VVD’ers hebben we het dan zelden. Omdat die zich tijdens hun politieke loopbaan niet zo tegen bonussen verzetten als PvdA’ers dat doen. Maar daarmee wordt het nog niet acceptabeler dat extreme bonussen worden toegekend.

Vermeend zegt ook terecht dat politici na hun politieke loopbaan nu eenmaal andere dingen gaan doen. De PvdA zou dit wat mij betreft, om van het geloofwaardigheidsprobleem af te komen, vaker moeten benadrukken. Beoordeel de PvdA om wat die partij doet, niet om wat leden van die partij na hun politieke carrière doen, want dan zijn ze immers niet meer actief als PvdA politici. Zoals Vermeend zegt: je hebt ze nu eenmaal niet aan een touwtje. Maar de PvdA moet er wel degelijk afstand van nemen en een heel duidelijk standpunt over dit soort gevallen blijven innemen. Of zoals Vermeend zegt, zelf met een wetsvoorstel komen. Dan is dat tenminste ook een duidelijk signaal aan Kok, Wallage en De Waal.

Dat Wouter Bos, die ook vaak aangehaald wordt als het gaat om het “graaien”, na zijn politieke loopbaan een baan krijgt bij een particulier consultancy bureau waar hij vanwege zijn capaciteiten en zijn ervaring ruim vier ton kan verdienen maakt hem geen graaier. Als je vindt dat er in het bedrijfsleven geen vier ton verdiend mag worden moet je dat in de politiek bepleiten, en als dat er door komt moet iemand als Wouter Bos zich daar ook naar schikken. Maar zeggen dat het prima is dat mensen meer dan 4 ton verdienen behalve als ze links zijn, dat is geen erg sterk standpunt.

Overigens vind ik dat de verschillen aan de bovenkant van de carrièreladders een stuk minder kunnen, maar dat heeft te maken met een algemene herwaardering van wat iedereen zo aan de maatschappij bijdraagt. Daarover kom ik vast nog wel eens te schrijven.

Het krantenknipsel met het interview met Vermeend staat hier.

En Youp van ’t Hek in de NRC over het zelfde onderwerp hier.

Advertenties