Geweldig gesprek op de radio afgelopen vrijdagavond van Wim Brands met socioloog Willem Schinkel naar aanleiding van diens boek De Nieuwe Democratie, hier te beluisteren. Schinkel heeft het over hoe de afgelopen decennia de politiek is gedepolitiseerd. “Dat wil zeggen dat de economie belangrijker wordt gevonden dan de politiek. Dat zie je nu heel sterk rond de economische crisis. Onze politiek zegt voortdurend: de financiele markten noodzaken ons om deze en deze maatregelen te nemen. Daarmee wordt eigenlijk gezegd dat onze democratische vrijheid niets voorstelt, want we hebben geen alternatief. Vrijheid is het hebben van alternatieven. Als de politiek door economische rekenaars via balansen bedisseld zou kunnen worden, ja dan kunnen we de democratie wel afschaffen. Door steeds te wijzen naar de financiele markten depolitiseren politici. De fundamentele vragen rond de financiele markten en de kapitalistische economie die schuiven ze daarmee onder het tapijt.”

“Onder het Paarse kabinet in de jaren ’90 kwamen de politieke uitersten samen en werd het summum van depolitisering bereikt. Politiek werd gereduceerd tot probleem management. De ideologie werd afgeschaft, behalve de ideologie van het neo-liberalisme.”

Hij legt uit hoe populisme niet erg is omdat populisme herinnert aan het idee van democratie voor en door het volk. Maar juist Wilders, die te boek staat als populist, doet net zo hard mee aan de depolitisering en doet mee aan het bezuinigingen “omdat de financiele markten zeggen dat het moet.”

En “Solidariteit door de maatschappij heen wordt langzaamaan afgebroken maar de aandacht daarvan wordt afgeleid doordat we voortdurend bezig zijn met de laatste tweet van Wilders. Ze leiden af van de depolitisering die gaande is.”

Wat ik uit het betoog van Schinkel haal is dat politici risico’s moeten durven nemen met het verhaal dat zij te vertellen hebben. Ze moeten mensen een idee geven om in te geloven. De democratie zou het primaat moeten krijgen over de inrichting van de samenleving.

Advertenties